Als kinderen 'lastig' gedrag vertonen ... 

is daar een reden voor!


Herken je volgende 'lastige' situaties?

  • Je moet 's morgens op tijd de deur uit en je kinderen treuzelen voor gek; hun jas en schoenen zijn nog steeds niet aan.
  • Telkens die scènes wanneer je vraagt om te stoppen met het gamen op de IPad, gaande van: 'Please, mama, please, nog één spelletje, beloofd!' ... tot bitsig antwoorden
  • Je dochter koos zèlf voor spaghetti  op restaurant, maar nu is het drama omdat ze liever (jouw) frietjes wil.
  • Dat nors en brutaal reageren in de winkel omdat je niet ingaat op de vraag van je kinderen om precies díe choco-cornflakes te kopen.

Als kinderen 'lastig' gedrag vertonen, dan is dat omdat ze op dat moment (nog) geen andere manier kennen of nog niet vaardig genoeg zijn om te uiten dat ze 'uit balans' zijn.

Misschien was het moeilijk in de rekenles, had je kind ruzie met de beste vriend(in) tijdens de middagspeeltijd, of had het misschien net níemand om mee te spelen, en heb jij nu snel rode kool uit de vriezer gehaald, terwijl je kind zich verheugd had op lasagne … en … en … en dan 'ontploft' je kind om een 'futiliteit' lijkt het jou, de banaan met één 'rot vlekje of de broer die net dat éne legoblokje heeft dat hij zocht …

Je kind heeft dan al gedurende de ganse dag behoorlijk wat spanning opgestapeld, maar op dàt moment 's avonds, lukt het dan gewoon niet om aan te geven waar het ècht mee te maken heeft of wat hij/zij dan ècht nodig heeft.

Daar wat meer bij stilstaan, zou ons nochtans heel wat tijd en een boel 'drama' kunnen besparen.

Bovendien hebben jonge kinderen minder taal ter beschikking.

Wanneer ze 'uit balans' zijn, uiten ze dat daarom vooral non-verbaal via bv. huilen of opstandig gedrag.

De belangrijkste reden voor het overstuur zijn is te vinden in het brein.

In hun boek ‘Het hele brein, het hele kind’ hebben Daniel J. Siegel en Tina Payne Bryson het er ook over.

Idealiter werken de verschillende delen van ons brein (linkerhelft – rechterhelft – bovenbrein en benedenbrein) als een geïntegreerd geheel. Maar, niet alles ontwikkelt in hetzelfde tempo.

Het uitrijpen van het bovenbrein (dat we nodig hebben om te leren, controle te hebben over lichaam en emoties, open te staan voor suggesties, taal te verwerven, … en dus ook om te kunnen luisteren naar argumenten van volwassenen😉) gaat door tot + 25 jaar.

Dit in tegenstelling tot het benedenbrein, dat al van bij de geboorte goed ontwikkeld is en ook véél sneller reageert.

Wanneer we spanning of heftige gevoelens (als angst en woede) ervaren, dan registreert het benedenbrein dit als een 'bedreiging' en schakelt meteen naar de 'overlevingsmodus', waardoor er actie ondernomen wordt: fight – flight – freeze.

Dit mechanisme werkt bij jong en oud, om op die manier de 'balans' in het brein en het zenuwstelsel weer te herstellen.


Vermits kinderen en jongeren hun brein nog niet in zijn totaliteit (kunnen) gebruiken, zitten ze daardoor nog vaker (vast) in hun benedenbrein, waardoor je die heftige reacties krijgt.

En dáár kan jij als ouder op inspelen!

Jij als ouder kent je kind het best, je 'weet' wanneer je kind dreigt te 'ontsporen'. Dan is het kwestie van alert te zijn en snel te reageren, ga naar je kind toe op het moment dat het nog vatbaar is voor logica, zeg rustig maar krachtig bv. ' Ik zie dat je je zusje knijpt, dat doet pijn, hou haar zachtjes vast'. Dat lukt niet altijd, je hebt geen ogen op je rug, ... maar als je merkt dat je kind 'over zijn/haar toeren is', dan heeft het op dàt moment geen toegang meer tot zijn denkende brein.

Daarom werkt het niet, als we op dat moment bv. gaan zeuren, roepen, redeneren of argumenteren.

Wat dan wel nodig is, is het benedenbrein 'kalmeren', want pas als hier het signaal weer op 'veilig' staat, kan de verbinding naar het denkende brein (opnieuw ) gemaakt worden.

Naarmate het jou als ouder steeds beter en herhaaldelijk lukt om - wanneer je kind overstuur is - die verbinding met het denkende brein te maken, oefent je kind in vaardiger worden in het zèlf nemen van goede beslissingen, in empathischer worden en reguleren van eigen emoties. 


Je weet nu wat er dan níet werkt, maar hoe reageer je dan wel?


Wat doe je dan als het eens even helemaal mis gaat aan de kassa van de supermarkt? Of als je kind tijdens het huiswerk zó gefrustreerd raakt, dat het moment dichtbij is waarop het schrift en pennenzak van tafel gaat maaien?

Er zijn alvast 2 basisprincipes waar je dan best rekening mee houdt.